Gelders Schuttersmuseum
De conservator vertelt…
Schutterijen behoren tot de folklore. Het Koningschieten is een jaarlijks hoogtepunt. Het bier kan daarbij niet nat genoeg zijn. Maar vroeger ging dat toch wel anders. De schutterij beschermde stad en streek tegen indringers. Er vloeide eerder bloed dan bier. Maar gelukkig zijn de tijden veranderd. Het Gelders Schutterijmuseum in Didam houdt zich exclusief bezig met het fenomeen schutterij.
Conservator Karl van Beek is een unieke persoonlijkheid. Dagelijks zit hij – de zeventig ruim gepasseerd – op zijn post en verdiept zich als geen ander in het schutterijwezen.
Of hij vroeger zelf óók in een schuttersuniform heeft gepast? "Ben je gek?" zegt hij. Een licht Duits accent verdient nu ook vermelding. "Ik niet. Ik kom uit een milieu waarin uniformen niet populair waren." Zo! En toch schiet hij elke dag weer raak met zijn kennis. Wat hij te vertellen heeft, is niet alleen interessant, maar ook een tikkeltje amusant. Het Gelders Schutterijmuseum is dus niet alleen een collectie om naar te kijken. Het is óók een conservator om naar te luisteren. En dan zie je aanmerkelijk meer.
Het Gelders Schuttersmuseum is voortgekomen uit het Didams Schutterij Museum. Didam telt nog altijd zeven schutterijen. Hun schuttersgerei werd in de jaren tachtig verzameld door de oud-burger van Didam, Joop van Gils. Met lede ogen zag deze toe hoeveel er domweg verloren ging, wanneer een schuttersleven geleefd was. Door het te verzamelen werd het gered voor de huidige en toekomstige generaties.
Van Gils wilde zo de geschiedenis van de schutterij redden. Dat deed hij ook door dorpsbewoner Karl van Beek te strikken als conservator. Deze gepensioneerde PTT-ambtenaar was vroeger ook als beeldhouwer werkzaam. "Dus hij had wel gevoel voor het bewaren van cultuurgoederen". Zo schatte Van Gils in. Die inschatting bleek juist.
Het Gelders Schuttersmuseum is in wezen Didams gebleven. Dé topstukken zijn vooral de befaamde vaandels van de diverse schutterijen. Vroeger zouden die bij hevige slijtage door nieuw textiel vervangen zijn. Ook motten zorgden er vroeger wel voor dat oude vaandels opgeruimd werden. Nu staan ze nog te pronk in schitterende vitrines.
Vroeger ging dat wel anders. Van kostbare stukken werd de waarde wel ingezien. Wanneer de kerk geld nodig had, werd menig edel schuttersstuk geofferd. Later hebben belangrijke musea de vaandels als kunstschatten ingepikt. Trouw aan God, Kerk en Vaderland zijn de gilden altijd geweest. Later veranderde die drie-eenheid in God, Koningin en Vaderland. Ach, wat weet Karl van Beek eigenlijk niet. Het aardige is, dat hij ook leuke brochures schreef over alles wat de schutterij betreft. Leuk en zeker ook leerzaam.
Gelders Schuttersmuseum , Raadhuisstraat 3, Didam.
Geopend: Za. en zo. 10-12 en 14-17 uur.
